Search

Speler A doet 1-2 met speler D, geeft dan pass naar C, die doorspeelt naar B. Speler B geeft pass naar D, die aflegt naar C. Speler C geeft voorzet voor of achter de slalomstok naar de inlopende speler D. Waarna Speler D afwerkt op doel. Doorschuiven A=> B=> C=> D=>A. Variatie ook aan de andere zijde de oefening laten doen.