Search

Organisatie:

 4-tallen, 1 bal

 

Praktijk:

A speelt naar B

A zet druk op B

B maakt dubbele beweging.

B speelt naar C

C speelt naar D.

B zet druk op D

D maakt dubbele beweging en dribbelt door naar positive A.

 

Opmerkingen:

2 momenten waar een dubbele beweging wordt toegepast met tegenstander zijwaarts.